Nooit meer knock-out!

Oproep voor een Ouderenrechtencommissaris

Oproep

Vandaag is één op vijf Vlamingen 65 jaar of ouder. Tegen 2030 is dat één op vier. Binnen die groep stijgt ook het aandeel 85-plussers.
Vergrijzing is een mondiale trend die diep ingrijpt op alle maatschappelijke sectoren, van de economie tot de zorg en de werking van politieke instellingen, van de huisvesting over de mobiliteit, tot de inrichting van de publieke ruimte.

Conceptnota

Naar een Ouderenrechtencommissariaat

De veroudering van de bevolking is een mondiale trend die zich nu sterk manifesteert in de meer geïndustrialiseerde landen van West-Europa, Noord-Amerika en Japan. De VN verwacht dat de vergrijzing zich in West-Europa stabiliseert rond het peil dat wordt bereikt tussen 2030 en 2040. Daarna blijft de verzilvering of de toename van het aantal 80-plussers zich nog doorzetten.,,,

FAQ

Vragen die veel gesteld worden

Binnen de oudere leeftijdsgroepen zijn er zeer grote verschillen inzake leeftijd en inkomen, fysieke en mentale gezondheid, opleiding en culturele achtergrond, levens- en professionele ervaring, familiaal en sociaal netwerk. Veel ouderen kunnen voor zichzelf en voor hun rechten opkomen, al dan niet in georganiseerd verband. Maar soms is daarbij wat hulp nodig. Anderen zijn daartoe niet langer in staat, om uiteenlopende redenen. Ook hun mensenrechten moeten in alle omstandigheden worden gerespecteerd. Voor de realisatie hiervan is er, naast een georganiseerd middenveld, ook nood aan een autonome, herkenbare en aanspreekbare instantie die gemandateerd is om toe te zien op de naleving en de toepassing van die rechten.

De twee benaderingen zijn niet tegengesteld. Integendeel, ze werken aanvullend. Een Ouderenrechtencommissaris die toeziet op de naleving en toepassing van mensenrechten voor ouderen is nodig om beleid inclusiever te maken. In een inclusieve samenleving is het respect voor de mensenrechten van iedereen essentieel, zowel in de naleving als in de toepassing in de diverse levensdomeinen. Daarbij zijn ook gemandateerde instanties nodig die waken over de rechten van bijzondere groepen als kinderen of gehandicapten, over de gelijkheid van man en vrouw, tegen discriminatie op basis van afkomst of seksuele oriëntatie… en over het respect voor de mensenrechten van ouderen, tegen discriminatie op basis van leeftijd en voor het recht op zelfbeschikking. De oudere generaties vormen een almaar groeiend aandeel in de bevolking: tegen 2030 is één op de vier Vlamingen 65plus. De vergrijzing grijpt in op alle levensdomeinen. Dat kan alleen worden beantwoord als ouderen zelf ook ten volle actief en autonoom kunnen participeren en meespreken tot op het einde van het leven. Een Ouderenrechtencommissaris kan daartoe bijdragen.

  • Een dergelijke conventie op het niveau van de VN of de EU zou een hele stap vooruit zijn, maar de discussie daarover kan nog vele jaren duren. Een Ouderenrechtencommissaris kan nu al aan de slag met de vele bestaande internationale instrumenten die, direct of indirect, rechten van de ouderen erkennen of beschermen, zoals het Europees Handvest over de Grondrechten (2000). Zij vormen een stevig rechtskader, in afwachting van een internationale conventie.

Is het opvolgen van de mensenrechten van ouderen geen taak van Unia of van een federaal instituut voor de mensenrechten? Unia lijkt onvoldoende vertrouwd met de bijzonderheid van het terrein om ook kwesties over leeftijdsgebonden discriminatie afdoende op te nemen, noch reactief, noch proactief. Voor ouderen is Unia niet herkenbaar als instantie waar hun klacht een antwoord kan krijgen. Ook als men een (toekomstig) Vlaams instituut voor de mensenrechten hiermee belast, mag men vrezen dat het vele intern overleg veel ambtelijke tijd en energie zal opeisen ten koste van snelheid en relevantie, herken- en aanspreekbaarheid. Respect voor mensenrechten van alle ouderen is best gediend door een autonoom Ouderenrechtencommissaris: de kans op maatschappelijke “slagkracht” is hoger dan als een ingekapselde taak binnen een interfederaal of Vlaams mensenrechteninstituut. De aanstelling van een Ouderenrechtencommissaris zal zichtbaarder zijn voor ouderen en vooral zorgen voor meer efficiëntie.

Veel bevoegdheden in voor ouderen relevante levensdomeinen situeren zich op het Vlaamse beleidsniveau. Daarom is het aangewezen om op het niveau van het Vlaams parlement een Ouderenrechtencommissaris aan te stellen. Daar kan de discussie ook sneller tot een effectief resultaat leiden. Tezelfdertijd blijft het federale niveau bevoegd voor belangrijke sectoren als gezondheidszorg en pensioenen.

De Vlaamse Ouderenraad levert advies aan de overheden op verschillende niveaus (en vooral aan het Vlaams beleidsniveau), sensibiliseert en informeert ouderen, en neemt een signaalfunctie op. De Vlaamse Ouderenraad steunt daarbij vooral op een doorgedreven participatieve werking met de middenveldorganisaties.
De Ouderenrechtencommissaris focust op het toezicht op de naleving en toepassing van het mensenrechtenkader met betrekking tot  ouderen, vervult een ombudsfunctie en gaat daarbij burgerlijke partijstelling niet uit de weg. Daarnaast neemt de Ouderenrechtencommissaris een controle- en auditfunctie op. Beleidsadviezen van de Ouderenrechtencommissaris steunen op het mensenrechtenkader en op de inzichten verworven bij het opnemen van de verschillende functies. Ouderenrechtencommissaris en Vlaamse Ouderenraad kunnen met elkaar afstemmen.
Ter vergelijking:
Voor de Vrouwenraad die vrouwen organiseert en een stem geeft is het belangrijk dat er ook een Instituut voor de Gelijkheid van Mannen en Vrouwen bestaat. Dat staat open voor klachten, bemiddelt en stelt zich burgerlijke partij. En voor kinderen en jongeren is het niet alleen belangrijk dat er een Vlaamse Jeugdraad bestaat, maar ook een Kinderrechtencommissaris. Die komt geruggensteund door het Kinderrechtenverdrag op voor de naleving en toepassing van de rechten van alle minderjarigen in alle levensdomeinen. De verschillende elementen versterken elkaar.

De Kinderrechtencommissaris vormt een belangrijke inspiratie. Dat geldt zeker voor de praktijk van de ombudsfunctie en de oriënterende kracht voor het beleid in de levensdomeinen die relevant zijn voor kinderen en jongeren. Maar waar de Kinderrechtencommissaris toeziet op de naleving en toepassing van de bijzondere rechten van minderjarigen, zoals vervat in het Kinderrechtenverdrag (1989), verwachten we van de Ouderenrechtencommissaris dat hij of zij erop toeziet dat de bepalingen in de bestaande mensenrechtenverdragen ook voor ouderen nageleefd en toegepast worden.

Veel ouderen en hun familieleden of vertrouwenspersonen hebben het gevoel dat ze nergens terecht kunnen met hun vragen of klachten over de behandeling door diensten of voorzieningen waarmee zij in contact komen  en waarvan ze dikwijls afhankelijk zijn. De Ouderenrechtencommissaris moet bevoegd en in de mogelijkheid zijn om die vragen en klachten te ontvangen en te behandelen. Dat zal een zicht geven zowel op de sterktes, als op de zwaktes en de lacunes in de hulpverlening, de werking van diensten en voorzieningen, de huidige regelgeving en het toezicht daarop. De Ouderenrechtencommissaris kan in eerste instantie een beeld vormen van de aangegeven problematiek en deze verder verkennen via overleg met betrokken personen en instanties. Veelal zal men via inschakeling van lokale hulpverlening ad hoc antwoorden of oplossingen vinden. Maar de ombudsfunctie zal wellicht ook structurele problemen bloot leggen die een beleidsantwoord behoeven, op welk niveau dan ook. Dat kan voor de Ouderenrechtencommissaris de aanleiding zijn om beleidsadvies te formuleren en een structurele oplossing voor te stellen.

Op dit moment is er geen herkenbaar aanspreekpunt dat uitdrukkelijk open staat voor klachten die gerelateerd zijn aan leeftijd. Het vroegere Meldpunt Ouderenmis(be)handeling is alleen nog aanspreekbaar voor professionelen. Ouderen moeten zich nu ook richten naar de Hulplijn geweld, misbruik en kindermishandeling. Dat is voor ouderen weinig herkenbaar en dus weinig uitnodigend. De “hulplijn” 1712 luistert en verwijst, zonder klachten echt te behandelen. Via de officiële kanalen komen maar weinig klachten omdat er geen herkenbaar meldpunt voor ouderen bestaat. Intussen bereikt ons via informele kanalen een niet-aflatende stroom aan nare ervaringen. Een Ouderenrechtencommissaris met een ombudsfunctie, als rechtstreeks, gespecialiseerd en herkenbaar aanspreekpunt kan hier heel veel betekenen. Dat in tegenstelling tot het samen laten werken van allerlei initiatieven die nu amper functioneren: door al die bomen zien ouderen het bos niet meer en zelfs de geïnformeerde leek verdwaalt erin.

De burgerlijke partij is in het Belgisch strafrecht de persoon die beweert schade te hebben opgelopen door een misdrijf en hiervoor schadevergoeding vraagt tijdens de strafprocedure. Niet enkel het slachtoffer van het misdrijf, maar iedere persoon die schade heeft geleden kan zich burgerlijke partij stellen. Belangen- en doelgroepsorganisaties of instanties kunnen als burgerlijke partij optreden ook als ze zelf geen schade hebben geleden. Dat is gemakkelijker als de verdediging van de belangen van de doelgroep tot de statutaire opdrachten van een organisatie behoort, met een mandaat van de overheid. Via de burgerlijke partijstelling kan een raadsman of de Ouderenrechtencommissaris inzage vragen in het dossier en zo nodig bijkomende onderzoekdaden vragen. Als de Ouderenrechtencommissaris zich op eigen initiatief burgerlijke partij kan stellen, is het niet nodig dat er al een klacht is ingediend of dat er een gerechtelijk onderzoek loopt. Op die manier heeft de klager zekerheid dat zijn zaak wordt onderzocht en kan hij van bij het begin zijn rechten doen gelden.

Een burgerlijke partijstelling moet bij erge gevallen van schending van mensenrechten van ouderen. Als het recht op zelfbeschikking en op menselijke waardigheid, of de burger- en mensenrechten in het geding zijn. En zeker als het slachtoffer of de slachtoffers het zelf niet kunnen betalen, of bij gevallen die een exemplarische waarde hebben, omdat men dan inzage krijgt in de mechanismen van totstandkoming van het misdrijf.

Procedures kunnen lang duren. Een oudere kan oordelen dat een procedure te lang zal duren, te veel zal kosten of te ingewikkeld wordt, zeker als het resultaat door tekort aan opvolging onzeker is, omdat men bijvoorbeeld vreest voor het overlijden van betrokkene tijdens de procedure. Hierdoor kunnen procedures die van belang zijn voor alle ouderen soms niet plaats vinden. Het alternatief is dat de Ouderenrechtencommissaris die opneemt.

Het uitvoeren van een audit of een doorlichting kan nuttig zijn om informatie in de openbaarheid te krijgen over de werking van een instantie, een beleidsmaker of een voorziening. Een dergelijke procedure maakt het mogelijk om te wijzen op de praktische naleving en toepassing van mensenrechten van ouderen en te adviseren over nodige maatregelen of bijsturingen. Een instantie of een voorziening kan de Ouderenrechtencommissaris vragen om de werking door te lichten, omdat de betrokken instelling van goede wil is en objectief wil begrijpen waarom zaken niet lopen zoals het hoort. De Ouderenrechtencommissaris kan ook een auditfunctie voorstellen aan een instelling en aandringen dat zij een audit zou toestaan met mogelijkheid van sanctie door de overheid als de instelling dat weigert.

Dat kan een goede stap zijn, maar de ruggensteun van een Ouderenrechtencommissaris is hierbij nodig. Vertegenwoordigers van ouderen in voorzieningen hebben er alle belang bij dat zij een beroep kunnen doen op een Ouderenrechtencommissaris met een ombudsfunctie, een controle- en auditfunctie, en de mogelijkheid tot burgerlijke partijstelling.

Geen enkele instantie kan de plaats innemen van het middenveld zelf, noch de discussies overnemen die ouderen daar voeren of in hun plaats standpunten en adviezen formuleren. Een Ouderenrechtencommissaris ziet toe op de naleving van de mensenrechten van alle ouderen in alle relevante levensdomeinen. Daartoe neemt de Ouderenrechtencommissaris andere functies op dan het middenveld: de ombudsfunctie waar ouderen en hun naasten met klachten terecht kunnen, burgerlijke partijstelling bij schending van rechten, een controle- en auditfunctie met het oog op respect voor de rechten van ouderen. Mede op basis van die praktijk levert de Ouderenrechtencommissaris ook beleidsadvies over de rechtspositie van ouderen. Daarom versterkt een Ouderenrechtencommissaris ook de positie van het middenveld: de Ouderenrechtencommissaris vult de ontbrekende mensenrechtenbenadering in maar treedt zeker niet op als vertegenwoordiger van de ouderen.

  • Wales (UK) heeft een Older People’s Commissioner die de rechten van ouderen beschermt en bevordert. Deze commissaris onderzoekt en beïnvloedt het beleid met het oog op het verbeteren van de levensomstandigheden van ouderen. Via een ombudsfunctie biedt men rechtstreeks hulp en steun aan ouderen. De commissaris werkt aan een sterkere mondigheid van ouderen. Hij zorgt ervoor dat het beleid luistert naar ouderen en daarmee rekening houdt. De taak van de commissaris wordt ondersteund door wettelijke bevoegdheden die haar de mogelijkheid geven om het beleid te beoordelen en indien nodig beleidsactoren ter verantwoording te roepen. De commissaris treedt op tegen ageism, leeftijdsdiscriminatie en misbruik van ouderen. Het doel is om iedereen de kans te bieden om gezond ouder te worden en van Wales de beste plaats ter wereld te maken om ouder te worden. Veel meer op olderpeoplewales.com. Ook Noord-Ierland heeft een dergelijke commissaris. Zie www.copni.org.

De ouderencommissarissen in Wales en Noord-Ierland werken op onafhankelijke basis. Zij hebben wettelijke bevoegdheden om de belangen van ouderen te beschermen en te bevorderen. Die opdracht verschilt grondig van die van de Vlaamse Ouderenraad als advies- en inspraakorgaan van ouderen bij de Vlaamse regering.

Meer Lezen

Artsen zonder Grenzen (2020). Overgelaten aan hun lot. De ervaring van Artsen Zonder Grenzen in de woon-zorgcentra tijdens de Covid-19-epidemie in België — https://www.msf-azg.be/sites/default/files/imce/Rapport_MaisonsDeRepos/MSF_lessons%20learned%20report_NL_FINAL.pdf  

EU Agency for Fundamental Rights (2018). Shifting perceptions: towards a rights-based approach to ageing. — https://fra.europa.eu/sites/default/files/fra_uploads/fra-2018-fundamental-rights-report-2018-focus_en.pdf

D’Espallier, A. (2020). Stemmen uit de stilte. Getuigenissenboek residentiële ouderenzorg. Vlaamse Ombudsdienst. — http://www.vlaamseombudsdienst.be/ombs/nl/nieuws/pdf/20200702_stemmen_uit_de_stilte.pdf

Martensen, H. (2014). @RISK: Analyse van het risico op ernstige en dodelijke verwondingen in het verkeer in functie van leeftijd en verplaatsingswijze. Brussel, België: Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid – Kenniscentrum Verkeersveiligheid. — https://www.vias.be/publications

Peuteman, A. (2019). Grijsgedraaid: Waarom we bang moeten zijn om oud te worden, Antwerpen: Vrijdag.

Ricour, C., Desomer, A., Pouppez, C., Primus, C. & Vinck, I. (2020). Hoe kunnen we de ouderenmis(be)handeling in België beter aanpakken? KCE report 331A. Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg. — https://kce.fgov.be/nl/hoe-kunnen-we-ouderenmisbehandeling-in-belgi%C3%AB-beter-aanpakken

Stevis-Gridneff, M. & Apuzzo, M. (2020. When Covid-19 hit, many elderly were left to die, in The New York Times, 08.08.2020.

Vlaams Parlement, 29 juni 2020. Hoorzitting over de evaluatie en verdere uitvoering van het Vlaamse corona-beleid in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin: (residentiële) ouderenzorg.

Vlaams Parlement, 29 juni 2020. Aanpak coronacrisis in de (residentiële) ouderenzorg. Toelichting Vlaamse Ouderenraad.

WHO (2002). Active Ageing. A Policy Framework. A Contribution of the World Health Organization to the 2nd United Nations World Assembly on Ageing – https://extranet.who.int/agefriendlyworld/wp-content/uploads/2014/06/WHO-Active-Ageing-Framework.pdf.

Holt-Lunstad, J., Smith, T.B. & Layton, J.B. (2010). Social Relationships and Mortality Risk: A Meta-analytic Review. PLoS Med 7(7). – https://doi.org/10.1371/journal.pmed.1000316.

Kornfeld-Matte, R. (2016). On the Enjoyment of All Human Rights by Older Persons. Rapport aan de 33ste zitting van de Raad voor Mensenrechten van de VN, United Nations, Human Rights Council, 08.07.2016 – https://undocs.org/A/HRC/33/44.

Unia (2020). Wij zullen elkaar weer omhelzen. Covid-19: een test voor de mensenrechten.

Unia, Myria en het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting (2020), Parallel rapport, bijdrage tot het Universeel Periodiek Onderzoek Mensenrechten – 38ste sessie, mei 2021.

Vandenbroucke, S., Lebrun J.-M., Vermeulen, B., Maggi, P. & Delye, S. (2012). Oud word je niet alleen. Een enquête over eenzaamheid en sociaal. Onderzoek door IPSOS en LUCAS, KU Leuven, in opdracht van de Koning Boudewijnstichting. Brussel: Koning Boudewijnstichting. — https://www.kbs-frb.be/nl/Virtual-Library/2012/295161

WHO (2020). Ageing: Healthy ageing and functional ability – https://www.who.int/ageing/healthy-ageing/en/